EVERY MILE A THRILL * Episode 9

Op naar het Hippie-paradijs. Deel 9 alweer van de reis over het dak van de wereld die Aad Samwel maakte in de jaren zeventig.

Op naar Goa, het hippieparadijs. Een treinstation was wel te vinden, een ticket kopen was lastiger. Zitplaatsen in tweede of eerste klas moesten lange tijd van te voren besproken worden, we eindigden dus 3e klasse tussen de geiten en kippen in overvolle wagons zonder ramen, maar wel met tralies. Er reden meer Indiërs mee op het dak dan in de trein, op het dak is het gratis, en zo kan je ook reizen natuurlijk.

Onderweg richting Radjastan werd het klimaat steeds droger en de armoe was goed te zien.

Veel bedelaars op de vele stationnetjes die we aandeden, de klederdracht veranderde hier ,het leek wel weer Afghanistan met al die kleurrijke maar versleten gewaden. Na 8 uur in de snikhete trein waren we 160 km opgeschoten, dat schoot lekker op. Maar weer een hol gevonden om te slapen en de volgende dag naar Jaipur. Dat was wel weer een verassing, een echte middeleeuwse stad, een groot kasteel, veel markten en genoeg te beleven. De maharadja’s hebben hier goede zaken gedaan zo te zien. Naast de armoe ook geweldig mooie paleizen met Engelse tuinen en veel bling bling op straat. Na twee dagen weer de trein in, nu wel een sneltrein die ons via Aipur en Udaipur naar Ahmedabad bracht.

Busstation in Radjastan

Daar ook weer een dagje rondgehangen en de cultuur proberen te doorgronden. Het eten was ondertussen zo spicy geworden dat we pepers scheten.Het iswel smaakvol, maar vlees was er maar zelden. We eten nu met de vingers, bestek is er niet meer en vaak werd het maaltje op een stuk bananenblad geserveerd. Eten met de rechterhand, want met je linkerhand veeg je je reet af. Waag het niet om met je linkerhand wat aan te raken in een restaurantje, want ze zetten je subiet buiten. Alles went, ook dit, we leren veel over de geschiedenis en cultuur door de gesprekken met jongelui die hun Engels oefenen op ons. Radjastan lijkt wel op Afghanistan, er zijn veel nomaden, elk met hun eigen cultuurtje, er zijn groepen zoals de dacoit’s die alleen van de roof leven. Als ze honger of wat anders nodig hebben , overvallen ze een klein dorpje, en roven alles leeg. De inwoners zijn dan gevlucht en allang blij dat ze het overleefd hebben, ze keren meetal na een weekje weer terug. In de steden is er wel gezag van de overheid. Vroeger door de maharadja’s i.s.m. de Engelsen, en nu doet de staat India hier ook wel zijn best.

Op het platteland is het echter middeleeuws, armoe alom en de sterkste wint dan uiteindelijk.

We reizen snel verder naar Bombay en ontmoeten daar een paar Indiërs tijdens het zoeken naar vervoer die groot zaken doen in de golfstaten . Ze zijn Zoroastriërs, een Parsi volk dat uit het oude Perzië gevlucht is hierheen toen de Islam daar de macht overnam. Het geloof dat ze hebben is dus ouder dan het christendom, maar is alleen hier in India nog springlevend. Ze staan erop dat we een week met elkaar optrekken, ze huren een suite in een groot hotel voor ons en komen ons elke dag ophalen om een toertje te doen. De hele dag in bars en restaurants met hun vrienden maar hun vrouwen krijgen we naar goed Indiaas gebruik niet te zien natuurlijk.

Torens der stilte

We leren wat over de gebruiken en vooral over de doden want dat gaat wel heel apart in deze gemeenschap. Als er iemand overlijdt dan wordt hij naakt neergelegd op een van de “Torens der Stilte “ op Malabar Hill buiten Bombay. We wilden dat wel zien, en met enige omzichtigheid lukte dat wel, het mag niet echt als “toerist” maar daar heb je nieuwe vrienden voor. De lijken worden hier op de torens kaal gevreten door de vele aasgieren die hier hun bestaan aan danken. De botten verpulveren langzaam in de zon en zo worden de zeven heuvels steeds hoger. Er zal wel een eind komen aan dit spektakel als de torens hoger worden dan de gieren kunnen vliegen, maar dat duurt nog wel even.

Toren der stilte

Sekh en Agu zijn wel Internationaler ingesteld dan de gemiddelde Hindu’s hier heb ik het idee, die zijn zo flegmatiek door 100 generaties veganisme dat er niet veel meer uitkomt. We leren in elk geval weer genoeg deze week en het lijkt alweer een heel andere wereld dan noord India. Navraag bij het postkantoor leert dat onze zuigers nog niet gearriveerd zijn op het postkantoor en we besluiten af te reizen naar Goa omdat we daar voor de Kerst willen zijn.. Het wordt nu weer de bus, maar drie keer overstappen deze keer en we zijn in het hippieparadijs van de zeventiger jaren.

Het is 20 december….

we hebben nog een paar dagen om iedereen op te sporen met wie we hebben afgesproken op Ajuna beach. We kunnen Peter en Corrie niet vinden, wel twee Honda rijders die hun motor al in Afghanistan hebben achtergelaten, ……..en tot onze verrassing ook de twee Tibetaanse jongens uit Dharmsala, die nu hier een theehuisje hebben onder een palmbladeren afdakje. De wereld is klein! We zoeken een dag later ook op het volgende grote strand, waar de Stones nog (gratis) optraden vorig jaar ,weer veel kuiltjes in het zand met hippies eromheen en je werd al weer stoned door gewoon wat rond te wandelen, zoveel rook hing er. Goa is een oude Portugese kolonie, grotendeels katholiek en dat is wel te merken. Alcohol overal verkrijgbaar en taxfree, over hashish doen ze ook niet moeilijk, geen wonder dat de hippies zich thuis voelen hier. Er is ook wel veel ellende, vooral Fransen en Italianen bedelen om wat te eten. Ze hebben hun paspoort verkocht om nog meer drugs te kunnen kopen en hun ambassades helpen ze niet meer om geen precedent te scheppen.

Ajuna Beach

Het is extra opletten op onze bezittingen,

mijn zilveren hashpijpje was al na twee dagen verdwenen,

gewoon uit de tent gepikt terwijl we sliepen. We zitten op een hoger plateau van lavasteen,vol met kokosnotenbomen en beneden hebben we ons eigen hippiestrand. Lekker zwemmen in je blote reet, iedereen is happy onder de warme zon, dit is genieten. Na twee dagen komt Peter aanrijden, die zocht naar onze motor, die er niet was natuurlijk, maar we liepen elkaar toch snel tegen het lijf.
Hij zit met vrouw en dochters in Poona bij de Baghwan, is er helemaal idolaat van en we moeten mee om ons ook te gaan laten verlichten.

Drukte bij de tibetanen op Ajuna Beach

We hadden er niet echt zin in maar ons toch laten overhalen en na een paar uur zaten we in de Ashram van de Baghwan. Na twee dagen introductie, voorlichting en mediteren hebben wij het wel gezien, wat die baardaap uitkraamt kan ik ook wel verzinnen. We snappen niet echt waarom hij zoveel volgelingen heeft die ook nog diep in de buidel tasten om elke dag een cassettebandje te kopen met zijn gebrabbel.
We zijn snel weer terug op ons strandje , de Braziliaanse meiden die we nu al voor de vierde keer tegenkomen in hun Volkswagenbusje zijn er nu ook met nog een aantal bekenden van onderweg. We vieren kerst rond een lekker vuurtje , de hashpijp gaat rond, het is pais en vree hier. Voor oud en nieuw komen Peter en co .toch maar weer langs om eens wat gezelligs te ondernemen, ik bak oliebollen in cocosnotenolie(een aanrader) en oud en nieuw vliegen voorbij. Terug naar Bombay om de zuigers op te halen, vette pech want ze zijn er niet. Na twee telexen komen we er achter dat ze nu in New Delhi liggen, ergens wat fout gegaan in de communicatie. We besluiten om dan maar direct door te gaan naar het zuiden omdat we dat niet meer gaan redden als we eerst naar de motor teruggaan.

We nemen weer de bus, die is van voor de oorlog schatten we, geen ramen en elke 40 km pech, we doen er dagen over om via Mangalore in Mysore te belanden. Hier vieren we het heilige koeien feest van de Hindu’s. Op elke hoek van de straat wordt gedanst met versierde koeien die hier heilig zijn en normaal gesproken gewoon door het verkeer heen wandelen.

Heilige Koe “dressed up”

Vandaag worden ze extra vereerd dus groot feest. Onze rock and roll demonstraties doen het goed en we worden op de schouders van wat potige Indiërs de halve stad rondgesjouwd om op veel kruispunten onze techniekjes te laten zien. Koeien zijn echt heilig hier, ze lopen niet in de wei, want wei bestaat niet hier. De meesten lopen rond in de stad, alwaar ze de groentemarkt plunderen. Omdat ze heilig zijn laat men het allemaal toe, ze hebben ook altijd voorrang in het verkeer, als er een op zijn gemak staat te schijten midden op een kruispunt dan loopt het verkeer onherroepelijk vast natuurlijk.

Als je er een doodrijdt ga je voor een jaar of tien de bak in als je niet gelyncht wordt voor dat het zover is.

Geloof is een serieuze zaak hier, getuige de 3000 jaar oude tempels die overal en nergens staan is het wel de oudste levende religie en met een miljard aanhangers moet er toch wel wat in zitten. We leren alle goden uit ons hoofd, bestuderen de afbeeldingen van Brahma, Shiva, Vishnoe, Ganesh, Durga en andere kleinere goden en bezichtigen honderden tempels onderweg. Het geloof beheerst hier wel volledig het dagelijks leven met alle offer rituelen die de volgelingen elke dag moeten uitvoeren. We reizen weer terug richting de kust om de staat Kerala te bezoeken. India heeft een groot aantal staten met veel eigen wetgeving zoals in de USA, ze hebben ook één munt,de rupia, maar 52 officiële talen met verschillend lettertekens. In sommige staten is alcohol streng verboden, in andere taxfree, en zo zijn er tientallen voorschriften en wetjes per staat. Gelukkig is de overheid taal vaak Engels omdat ze elkaar anders ook niet kunnen verstaan, we hebben dus niet teveel problemen om dingetjes te regelen.

We reizen langs de kust In Kerala en bezoeken oude Hollandse buitengewesten en kerkhoven en leren surfen op de machtige golven hier. Ook probeer ik nog 52 soorten kokosnotenbomen uit elkaar leren houden en varen we met de boot honderden kilometers door het achterland. Giethoorn maar dan x1000 en een ander klimaat natuurlijk. Drie keer per dag een berg rijst met zééér hete fishcurry erop als eten naar binnen werken voor 0,5 $ per dag, ander eten is er niet op wat fruit na. Maar zo komt splinter wel door de winter, want onze gehuurde kamer kost ook 0,5$ per nacht.

We moeten wat op ons budget gaan letten, die diefstal in Kabul was wel een tegenvaller, en ergens moeten we dat weer inhalen. De hele reis inclusief voorbereidingen hebben we begroot op 15000 guldens.

 

Dagboek en brieven schrijven

Vissen in Kerala

 

De eerste tweeduizend was al op voor we vertrokken, we moeten het dus zien te redden met ongeveer duizend guldens per maand. Tijdens de rijdagen op de motor halen we dat niet, we hebben nu al voor bijna 3000 guldens benzine verstookt, we moeten het nu dus een tijdje zuinig aan doen. We vertrekken naar het binnenland om te zien of we de kok uit Amritsar kunnen vinden in zijn geboortedorp. In Coutalem, vragen we bij de politie en het postkantoor waar we heen moeten. Niemand heeft een duidelijk antwoord,

ze schudden allemaal van ja maar dat betekent hier nee , dat schiet niet op.

Na een aantal uren komt er een postbode naar binnen lopen, en die bevragen we nog maar eens. Hij kan zowaar het adres lezen dat in ons schrift staat neergepend en zegt dat hij er over twee dagen weer heengaat. We mogen meereizen, wat inhoud 2 uur met de bus en dan 3 uur lopen. Die dag om 5 uur op, we gaan mee en na de busrit gaan we echt de rimboe in, lopen urenlang over bospaadjes, varen riviertjes over met bootjes die daar liggen te wachten op de postbode en arriveren uiteindelijk in het dorpje van de koksmaat.

Het weerzien is echt hartelijk, hij had er zo op gehoopt, maar toch niet verwacht. Het dorpje bestaat uit een ruime tiental huisjes/hutjes in een cirkel . We moeten al snel aanschuiven aan een feestmaal, de kippen worden geslacht, de geitenballen uit de pekel gehaald en alle lekkers wordt voor ons uitgestald. Gastvrijheid kent geen grenzen, ook hier niet. Na de maaltijd moeten we met de andere families mee hun hutjes in, ook zij hebben alles wat maar lekker is in hun ogen uitgestald, en we moeten eten of we willen of niet. Blijven slapen willen we niet, ze hebben er geen ruimte voor, en we willen hun ritme ook niet teveel verstoren. De postbode , die nog twee dorpjes wat verderop bezocht had nam ons weer mee retour op de jungletocht, dit was weer een enerverende dag.

 

Varen door de jungle naar het dorp

Op naar de volgende uitdaging, Periyar nationaal park, zo groot als Nederland, alleen zijn er hier olifanten, tijgers en ander wild. De reis erheen via een grote hoogvlakte verliep voorspoedig, het is veel rustiger hier, minder mensen en drukte. Door de hoge ligging groeien hier ook buiten thee ook echte Hollandse groenten zoals koolsoorten en wortels. De vitamientjes dus goed aangevuld en het park in. Na 3 uur rijden is er alleen een veld met waterpomp in het midden van het park. We zijn de enigen die hier kamperen en vergapen ons aan het wild dat bij het aangrenzende meer komt drinken. We hebben proviand voor een paar dagen en blijven wat rondhangen in de omgeving.
Na een dag of drie zijn er zowaar 3 kampeerauto’s bij gekomen, waarvan twee Nederlandse stellen. Die hebben eten voor weken bij zich en ze staan erop dat we nog wat langer blijven. Aan alles komt een eind, ook aan deze onderhoudende week, we vertrekken weer om via Rameswaram naar Sri Lanka te reizen. Na een stop van een paar dagen in Madurai komen we in Rameswaram aan.

We boeken een ticket voor de boot die over twee dagen weer vaart en bezoeken de vele tempels die de stad rijk is. Tegen de avond maken we nog een ommetje en als ik een hoek omloop bots ik frontaal op een medemens. “Sorry” valt van twee kanten en toen vielen Hilda en ik elkaar om de hals. Wát een verassing, na Kabul elkaar niet meer gezien en hun plannen gingen helemaal niet in deze richting. Eigenlijk zouden ze naar Indonesië gaan, maar door de onrusten werden er maar korte visums afgegeven waardoor het niet echt aantrekkelijk was om nog te gaan. De hele avond bijgekletst met Godfried en Hilda en plannen gemaakt om in Sri Lanka samen op te trekken.